Het avontuur trok. Maar ook uit betrokkenheid bij mensen die het minder goed hebben dan wij, sloot Christine zich aan bij een ‘bouwbrigade’ voor ­Nicaragua. Toen ze er voor de derde keer was, ontmoette ze iemand die haar leven op z’n kop zette.

Ergens in de jaren tachtig kocht Christine een huis met achtentwintig kamers. Niet om al die ruimte voor zichzelf te hebben, maar voor de inkomsten. Ze was net gescheiden, had drie kleine kinderen en zag in het huis een mogelijkheid om geld te verdienen. Ze begon een kamerverhuurbedrijf. Dat was hard werken. “Ik zag dat huis en wat ik ermee zou kunnen doen. Toen ik het kon kopen, met het geluk van een goede hypotheek, was ik dan ook de hemel te rijk. Het was best riskant om aan zoiets te beginnen zonder ervaring. Ik wist weinig van professioneel kamers verhuren, ik zat in het onderwijs voor ik trouwde. Maar de wil om er iets van te maken was zo groot, dat ik het risico nam. Eerst ben ik gaan verbouwen, eindeloos verbouwen, heel het huis ging op de schop. Het moest míjn huis worden, want ik ging er zelf natuurlijk ook wonen met mijn kinderen. En het lukte! Het was een druk leven, maar ik was trots dat ik dat in m’n eentje voor elkaar had gekregen.”

Zin in avontuur

Het is jaren later als Christine opnieuw aan het bouwen slaat. Den Haag heeft dan een stedenband met Juigalpa in Nicaragua en stuurt regelmatig ‘bouwbrigades’ die kant op. Christine sluit zich aan. Ze krijgt een training ‘bouwtoepassingen’, leert een beetje Spaans en vertrekt met een groepje mensen voor een maand. “Ik ben een maatschappelijk betrokken mens, en eerlijk gezegd had ik ook zin in avontuur. Ik pakte de ruimte, de vrijheid om dit te doen, het kon nu! De kinderen waren de deur uit, ik had niemand om verantwoording aan af te leggen en ik hunkerde ernaar even los te zijn van alles.”

Sjouwen en bouwen

Ze leefde op, voelde vrijheid en merkte dat ze écht iets kon betekenen op die plek. “We gingen ernaartoe om een gemeenschapshuis en een schooltje te bouwen; de gemeente Den Haag financierde dat. Samen met de lokale mensen gingen we aan de slag. Het was zwaar: sjouwen en bouwen in de volle zon, maar het gaf voldoening! Ze ontzagen mij wel een beetje omdat ik de oudste was. Ik veranderde door het verblijf daar. Voor het geld dat wij hier uitgeven aan een drankje op een terras, konden zij eten kopen voor een week. Ik voelde me schuldig en ben de jaren daarna geld gaan sparen om te kunnen bijdragen aan de bouw.”

Schooltje

Na die eerste keer wilde ze terug. Ze meldde zich opnieuw aan. Nu hield ze er rekening mee dat ze niet zozeer zou worden ingezet voor het zware werk. “Ik nam afgeschreven kinderboeken van de bibliotheek mee en tekenmateriaal om met kinderen aan de slag te gaan, ik had tenslotte onderwijservaring. En ook al sprak ik nog niet heel goed Spaans, met kinderen lukte de communicatie best. ’s Ochtends verzamelden ze zich voor het huis waar we verbleven, en dan gingen we zingen, lezen, spelen. Het werd een soort schooltje, ze vonden het heerlijk!”
“Ook toen ik hierna thuis kwam, nam ik me direct voor opnieuw te gaan, maar nu alleen.” Was ze gegaan als ze had geweten wat die volgende keer haar zou brengen? “Zeker”, zegt ze nu, meer dan tien jaar later. “Ik heb nergens spijt van, en ik had nooit kunnen vermoeden wat er gebeurde.”

Van de kaart

Want ze werd verliefd, angstaanjagend verliefd. Op haar 59e ontmoette ze tijdens haar derde verblijf in Nicaragua een man die haar leven op z’n kop zette. “Ik was alleen en had een kamer gehuurd bij mensen die ik al kende van het project; zij zorgden voor me. Ik had allerlei plannen, vooral om weer met kinderen te gaan werken.”
Maar toen ontmoette ze hém. “Een kunstenaar van wie ik het werk kende en die ik nu in levenden lijve ontmoette. We zaten toevallig allebei op de trappen van de kathedraal in Juigalpa en raakten aan de praat. In kort bestek: van het een kwam het ander en voordat ik het wist, waren we met een huurauto samen op pad door het land. Ik had niemand meer nodig, wilde alleen maar bij hem zijn. Een ongekend heftig gevoel, ik ben een week van de wereld geweest. De mensen bij wie ik logeerde, waren natuurlijk dodelijk ongerust, want ik had niets van me laten horen. Kun je nagaan, ik was totaal van de kaart.”

Haagse krachtpatsers; project i.s.m. Carla van den Bergen DialoogEen blijvende relatie

Christine krijgt een relatie met de kunstenaar en langzaamaan maken ze plannen voor een gezamenlijk leven in Nicaragua. Ze blijft er die keer langere tijd, maar gaat ook af en toe terug naar Nederland. Want ze heeft tenslotte haar bedrijf, het huis met de achtentwintig kamers. Een van haar dochters houdt wel een oogje in het zeil, maar Christines afwezigheid is niet goed voor de omzet. Ze neemt haar geliefde een keer mee naar Nederland, wil hem laten kennismaken met haar kinderen en familie, hem háár omgeving laten zien. “Ik zag er echt een blijvende relatie in.”

Houvast

Daarom ook kocht ze een huis in de hoofdstad Managua waarin ze samen konden gaan wonen. Een huis waarin ze ook een schooltje zou beginnen; een prachthuis voor rijke mensen, naar Nicaraguaanse begrippen. “Ik sprak inmiddels goed Spaans, en zette me volop in om hem en zijn kunst te promoten bij galeries. Dat deed ik met liefde, ik gaf om hem. Maar zijn gevoel voor mij bleek toch iets anders getint: ik was vooral een houvast voor hem. Want voor mij, Westerse vrouw, gingen deuren open die voor hem gesloten bleven. Ik heb me naderhand natuurlijk talloze malen afgevraagd: was het wel liefde? Of heeft hij me alleen maar voor z’n karretje gespannen?”

Op de proef gesteld

Er was nog één ‘dingetje’ te regelen: de verkoop van haar Nederlandse huis. “Niet alleen het huis moest weg, ik moest ook mijn Nederlandse leven afsluiten, en dat doe je niet zomaar. Al met al heeft dat twee jaar geduurd. In die tijd heb ik hem niet gezien, en dat heeft de liefde zwaar op de proef gesteld. Hij leerde andere vrouwen kennen, ging z’n eigen weg, het contact verwaterde. Ik vermoed dat hij teleurgesteld was omdat hij geen mede-eigenaar van mijn huis was geworden. En ook omdat ik op zijn herhaalde huwelijksaanzoeken steeds ‘nee’ had gezegd, want ik voelde toch dat ik voorzichtig moest zijn, trouwen was financieel een risico. Achteraf was dat de beste beslissing ooit.”

Alleen

Tegen beter weten in vertrekt Christine toch naar Nicaragua om er te gaan wonen. In die twee jaar had ze spullen verzameld voor de mensen daar: meubels, computers, kleding, speelgoed, die ze samen met haar eigen inboedel in drie grote containers naar haar nieuwe woonplek had verscheept. Als ze eenmaal dáár was, zou het contact herstellen, dacht ze.
“Toen ik na al die tijd aankwam, was hij er niet. Pas veel later kwam hij opdagen. Daarna trok hij zich steeds meer terug in Juigalpa en kwam nog maar zelden naar het huis. Ik woonde er in feite alleen; in een luxe huis, met een kok, tuinman en werkster, maar doodongelukkig. Ik had al m’n geld erin gestoken, ik ging hier tenslotte mijn oude dag slijten, maar had totaal geen lust meer mijn plannen uit te voeren. Ik was compleet uit het lood geslagen en gedesillusioneerd. Het was een van de ellendigste perioden uit m’n leven.”

Gestolen

“Ik heb het een tijdje volgehouden, maar wonen in Nicaragua was niet altijd een feest. Omdat de mensen me als ‘rijk’ bestempelden, werd er veel gestolen, bijna onder m’n handen vandaan. Een voorbeeld. Ik ben tijdens een reis door het land eens door de vloer van een toilet gezakt. Het was niet meer dan een gat in de grond met planken eroverheen. Verdween tot m’n kin in de drek. Ik was gekneusd, smerig, geschrokken en afgeleid natuurlijk. Terwijl de mensen bij wie ik was me hielpen om me te wassen, verdween mijn paspoort.”

Bij de douane blijven steken

“Een ander voorbeeld, van corrupt gedrag. Mijn spullen waarmee ik m’n huis ging inrichten, waren bij de douane blijven steken. Ik kreeg geen toegang tot de containers en insiders zeiden dat mijn bezittingen gewoon verkocht werden. In Nicaragua draait alles om geld. In winkeltjes kwam ik later soms mijn eigen spullen tegen.”

Met pijn in het hart

“De tijd dat ik daar alleen woonde, was moeilijk en verdrietig. Ten slotte heb ik het huis verhuurd voor weinig en ben teruggegaan naar Nederland. Nadat ik daar bij zinnen was gekomen, merkte ik dat degene die in Managua de huur voor me inde, alles in eigen zak stak. Toen besloot ik om het huis te verkopen, ben er nogmaals heen gegaan en heb het van de hand gedaan. Ik moest weer een stukje van mijn leven afsluiten, met pijn in m’n hart.”

Opnieuw beginnen

Definitief terug in Nederland probeert Christine weer een leven op te bouwen. “Ik stond bij mijn vroegere huis en de tranen liepen over m’n wangen. Wat een teleurstelling was het geworden. Maar toch had ik er geen spijt van, ik had een gewaagde stap gezet en was gestruikeld. Maar ik had het wél gedaan. Nu moest ik verder. Dat ik het toen gered heb, komt mede doordat mijn kinderen me hielpen. Een van mijn dochters bood me woonruimte, een andere dochter hielp me het geld veilig te stellen en los te krijgen dat in Nicaragua op de bank stond.”

Herstel van vertrouwen

Christine vertelt over wat haar avontuur met haar kinderen deed. “Zij hebben het in die tijd ook niet gemakkelijk gehad. Want ik was ‘zomaar’ vertrokken en afwezig geweest op belangrijke momenten; toen er kleinkinderen geboren werden bijvoorbeeld. Ze voelden zich wel enigszins in de steek gelaten. Maar aan de andere kant: toen ik wegging, hadden ze allemaal een eigen leven, en ik wilde ook nog iets met míjn leven doen. Dat was moeilijk, ik moest later het vertrouwen tussen hen en mij weer opbouwen. Maar we zijn tien jaar verder en gelukkig gaat het nu goed.”

Weer een eigen plek

Hoe kwam ze er verder bovenop? “Bij mijn oude huis hoorde ook een koetshuis. En dat had ik niet verkocht destijds, het was nog van mij en ik kon erin wonen. Ook dat, weer een eigen plek hebben, was belangrijk om verder te kunnen gaan. En het feit dat ik nu zonder druk kan leven, dat ik niet meer hoef te werken voor de hypotheek geeft me rust. Ik ben kunstenaar, maak creaties van allerlei materialen; mensen geloven in mij. Ik kan wel zeggen dat ik nu voor tachtig procent gelukkig ben.”

Geen schuldgevoel meer

Samenleven met een man hoeft niet meer. “Ik ben nu getrouwd met de kunst, zeg ik steeds. Ik hecht veel te veel aan m’n eigen leven om weer een man toe te laten. En als ik nu terugdenk aan die tijd in Nicaragua, heb ik geen schuldgevoel meer. Ik weet dat ik er veel in geïnvesteerd heb, en dat ik nu aan mezelf mag denken. Ik heb geleerd om afstand te nemen, ik zie de betrekkelijkheid van dingen beter, geniet nog meer van het gezelschap van mijn kinderen, familie en goede vrienden.”

icon-pdfDownload de PDF