In de Marokkaanse familie van haar vorige man werd Liesbeth beschouwd als een medicijnvrouw. In de Hollandse polder had ze ‘gewoon’ genezende handen, als kind al. Toen niet als gave onderkend, maar na de ingrijpende dood van haar broer, en later die van haar man, tot volle ontplooiing gekomen. Daarmee ook haar denken over dood en bewustzijn.

Toen Liesbeth op 5 februari 1992 in de middag gebeld werd, wist ze: ‘Rik gaat dood’. Rik, haar enige broer, met wie ze een innige band had. Die ochtend had ze de fiets gepakt om naar haar werk te gaan, maar bedacht zich. ‘Ik moet met de auto vandaag, en m’n toilettas mee.’ Ze had bijna niet geslapen, klaarwakker en gespannen had ze in bed gelegen. ‘Wat is er aan de hand, wat gaat er gebeuren’, vroeg ze zich af. Na dat telefoontje werden dingen duidelijk. Maar niet direct..

Grote zus en broertje

Ze maakte zich al een tijdje zorgen om Rik. “We zijn opgegroeid als een soort tweeling, al was ik ouder. Ik was het krachtige type, zijn grote zus die het in zijn ogen allemaal wist. Hij was mijn broertje, met wie ik heel blij was. Een prachtig jong; lief, grappig, een beetje vaag. We waren sterk met elkaar verbonden, maar we woonden tijdens ons volwassen leven niet dicht bij elkaar. In die tijd, begin jaren negentig, woonde ik in Den Haag, hij in Zuid-Limburg, gescheiden, met twee kindjes. Het ging niet goed met hem. Mentaal én lichamelijk niet: hij werd mager, keerde zich tot ‘de Bijbel’ (wat echt héél vreemd was), verwaarloosde z’n huis en zichzelf.”

Gestuurd

De laatste keer dat ze Rik gezien had, was Kerst 1991, toen ze een ingeving volgde om spontaan haar ouders te bezoeken. “Ik was al jaren niet bij ze geweest – dat is een ander verhaal -, maar ik wist dat ik erheen moest gaan, ik werd gestuurd. Dat had ik vaker gehad, maar het meestal genegeerd. Nu luisterde ik en ging. Ik wist niet dat hij er zou zijn, maar bij mijn ouders trof ik Rik met zijn kinderen!”

Een heerlijke dag

Ze stonden op het punt naar het Scheepvaartmuseum in Amsterdam te gaan. “Leuk voor de kinderen, want daar hangt het uniform van onze opa. Ik ben meegegaan. Mijn ouders en ik zetten ons geschil even opzij en het werd een heerlijke dag. Ik zag Rik toen in de auto zitten, maar hij wás er eigenlijk niet. En toen ik hem zag lopen, liep hij in mijn idee een stukje boven de grond, alsof hij zweefde. Het intrigeerde me, maar ik voelde niet dat ik er iets mee moest doen.”

Al bijna vertrokken

Veertig dagen later, op 5 februari, komt Liesbeth in het Academisch Ziekenhuis Leiden. Rik was er uren eerder vanuit Alphen binnengebracht, in allerijl – ‘alle bruggen naar beneden, want deze ambulance heeft meer dan haast’ – en in acute toestand. “Hij was al bijna vertrokken. Ze hadden hem eindeloos geopereerd, maar konden er niet achter komen wat er aan de hand was. Ze hielden er rekening mee dat het niet goed zou aflopen. Mijn ouders en ik mochten bij hem ‘om afscheid te nemen’. Dat zei genoeg. Ik aan z’n rechterkant, zij aan de overkant van het bed, het tekende de spanning die er tussen ons was. Maar die viel weg door wat er gebeurde.”

Beetje vreemd

Liesbeth zegt over zichzelf dat ze altijd al een apart kind was, “een beetje vreemd”. Intensief met God bezig, en met engelen, gebiologeerd door Jezus. Ze was een kind dat wilde bidden, dat al heel jong samen met haar vader, die vrijmetselaar was, boeddhistisch mediteerde. “Ik zag al vroeg dingen buiten de ‘normale orde’, ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen. Alsof beelden over elkaar heen schuiven, kleuren, energielagen. Niks om over in paniek te raken, ik wist niet anders.”

Pure schoonheid

Toen ze dan aan Riks bed stond, was ze als betoverd. “Hij had z’n ogen dicht, maar wist dat ik er was. Ik zag hem in een gouden gloed, waarin ook ik was opgenomen. Hij was zijn lichaam aan het verlaten, en ík was in een soort gelukstoestand. Dat klinkt bizar, maar het was voor mij pure schoonheid wat ik zag. Het was een kantelpunt: ik realiseerde me dat ik deze ‘dingen’ kon zien, dat er een enorme energie in me loskwam; iets wat ik altijd al had gehad, maar nooit als zodanig had toegelaten. Het werd me bij zijn sterven zacht aangereikt.”

Niet erg dat ik dood ben

Veertig dagen na zijn dood – “dit getal, deze periode zie je in alle culturen en religies terugkomen” – ziet Liesbeth Rik terug. “Ik lig in bed, de slaapkamerdeur gaat open en ik word opgetild in een soort windwolk. Daar zie ik m’n broer, gelukkig, met een grote smile, alsof hij me wil zeggen: ‘Niet erg dat ik dood ben, want kijk waar ik ben!’. Het was geweldig, wat een bijzondere ervaring. En dat dit me door Rik allemaal duidelijk werd, verbaasde me niet. Hij hadaltijd iets bovenaards gehad, hij leek eigenlijk nooit op aarde gearriveerd. Vroeger waren er al momenten dat hij er gewoon niet wás als we gingen spelen, hij ging soms gewoon ‘out’. Moeder in paniek natuurlijk, maar ik wist precies: als ik hem nu schud, komt hij weer terug.”

Vanuit de wetenschappelijke hoek

Zijn er verklaringen? Wij zoeken in de westerse wereld immers altijd naar verklaringen voor dit soort ervaringen? Kan het zijn dat je dit zelf, vanuit je brein, stuurt? “Er zijn veel onderzoeken gaande en al gedaan naar de relatie tussen hersenen en bewustzijn vanuit de wetenschappelijke hoek. Cardioloog Pim van Lommel bijvoorbeeld schreef over bijna- doodervaringen. Hij zegt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen: het kan ook los van ons lichaam ervaren worden. Dat de ziel, de psyche, het bewustzijn producten zouden zijn van de hersenen is in elk geval niet wetenschappelijk aangetoond. En behalve Van Lommel zijn er veel artsen en wetenschappers mee bezig. Binnen enige tijd zullen we nog veel meer weten.”

Je blijft, altijd

Liesbeth zag zich altijd omgeven door boeken. En al jong las ze boeken rond filosofische vragen. Zen and the Art of Motorcycle Maintenance bijvoorbeeld, van Robert Pirsig, een roman, maar eigenlijk een filosofische verhandeling over het leven, over waarden, en religie. En De dansende Woe-li meesters van Gary Zukav, dat gaat over de vraag of de werkelijkheid bestaat of niet. “Na Riks dood heb ik mijn antwoorden gevonden in het Tibetaanse boeddhisme, vooral in het Tibetaanse boek van leven en sterven, van Sogyal Rinpoche. In het boeddhisme is veel bekend over de dingen die ik heb meegemaakt. Voor mij is het een feit dat je altijd blijft, je bewustzijn in elk geval.”

Doe eens gewoon

Liesbeth heeft zich na haar ervaringen met de dood van haar broer verdiept in dit gebied van het zijn, ze heeft zich geschoold. “Ik ging ook praten, want ik had hevige fysieke pijn door de dood van Rik. Ik ging praten met een magnetiseur in Den Haag waar ik al jaren kwam. Hij zei ‘je wilt erbij komen met je hersenen, maar dat is niet de weg’. Via hem kwam ik verder, ik ontwikkelde me, werd me ervan bewust dat ik met die vrijgekomen energie zelf mensen kon helpen. Wat ik overigens als kind al deed, waarop mijn moeder dan reageerde met: ‘Doe eens gewoon’.”

Bruikbaar

In 1995 werd haar gave (“of hoe je het wilt noemen”) bruikbaar. “Mijn man Mohammed werd daar wel erg nerveus van, van het hele proces, mijn verandering, bewustwording. Terwijl ik me steeds beter ging voelen, zag hij het als een bedreiging. Jammer dat dit nu m’n huwelijk gaat kosten, dacht ik. Maar zover is het niet gekomen.”

Leven met haast

Liesbeth had in 1988 met hem kennisgemaakt en was al snel getrouwd. “Ik denk zeker dat we elkaar hebben móeten ontmoeten; zonder hem had ik deze intense ontwikkeling niet doorgemaakt. ‘Waar was je al die tijd’, zei hij toen we elkaar voor het eerst zagen, niet als grapje, maar oprecht. Want hij had haast, leefde in ‘reservetijd’. Hij had een hartaandoening en zou niet ouder worden dan 18. Maar hij was nu 29 en leefde nog. Hij wilde er nog alles uithalen wat mogelijk was en sleurde mij mee op die rijdende trein. Wat ik vervolgens met liefde liet gebeuren.”

Koortsrillingen

“Door onze ontmoeting kreeg hij nieuwe energie. Hij was kunstenaar, maakte muziek, en ontwikkelde zich in die tijd enorm. Vooral muziek werd zijn taal, vormgegeven in trancemuziek, die eigen is aan de Marokkaanse soeficultuur. Hij werd daarvoor naar het zuiden van Marokko geleid (echt ‘innerlijk gestuurd’) en ik ging mee. Bijzonder, omdat vrouwen, en zeker westerse vrouwen, daar niet worden toegelaten.” “Toen we na twee maanden terugkwamen, rilde ik van de koorts. Ziek? ‘Nee, geen zorgen, het is goed’, zeiden de Marokkaanse en Turkse collega’s met wie ik werkte. Zij waren hiermee bekend. Nu weet ik dat dat hoorde bij de transitie waarin ik verkeerde sinds de dood van mijn broer.”

Vermoord

Het was geen gemakkelijk huwelijk; door de persoon die Mohammed was (“zacht, maar met de hardheid van de Berbercultuur”), en vanwege de haast die hij had om te leven. Ze waren ruim tien jaar getrouwd, toen Mohammeds broer vermoord werd. Hij was tussenbeide gekomen toen mensen ruzie kregen en hij had dit met zijn leven moeten bekopen. Liesbeth had hem veertig dagen ervoor gesproken, een liefdevol, intens gesprek. “Toen Mohammed hoorde van zijn dood, ging het mis. Ik hoorde letterlijk ‘krak’ in z’n hoofd. Fysiek kon hij daarna niet meer verder.”

Het laatste stuk

Toch heeft hij nog twee jaar geleefd. “Volgens sommigen is hij te laat gestorven. Want twee maanden (zestig, en geen veertig dagen) voor hij stierf, kwam ik thuis en zag de dood al in huis. Het gouden licht was er, ik wist inmiddels dat dit altijd met de dood te maken had. Mohammed was depressief die maanden; hij wilde wel door, maar zei dat hij gedachten had niet meer verder te kunnen. Hij liet zich opnemen in psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal. Ik maakte me geen zorgen. Hij zei: ‘Ik ben een moslim, je weet toch dat die verkeerde gedachten nergens op slaan’. Maar ik wist: dit is het laatste stuk.”

Zes hoog

Het werd een verdrietig einde. “Die opname was geen goed idee. Hij ‘ontsnapte’ op een dag naar huis en ik zag als enige mogelijkheid nog om in Marokko naar een ‘medicijnman’ te gaan. Terwijl ik dat probeerde te regelen in een dag, bracht ik hem onder bij zijn beste vriend. Die nam hem mee naar zijn huis, een flat op zes hoog, waar Mohammed probeerde z’n ouders te bellen. Maar hij herinnerde zich het nummer niet, liep in wanhoop de galerij op en viel naar beneden.” Viel? “De vriend, een nuchtere vent, zag witte wezens die Mohammeds handen losrukten van de reling en hem naar beneden gooiden. In die val is z’n hart gebroken van de stress.”

Het ‘spookte’

Mensen hebben zijn dood gezien als zelfmoord, maar dat was het voor Mohammed zelf absoluut niet. Hij is me dat herhaalde malen komen zeggen: ‘Je weet toch dat het geen zelfmoord is?’ Ook nu weer, net als bij Rik, was ik direct na het nog een paar dagen, het gouden licht bleef, de kaars bij zijn foto ontbrandde zelf, en al zijn muziekinstrumenten begonnen te spelen. Mijn vriendin was erbij, anders had niemand me geloofd. Ik zie het zo: er zijn twee werelden bij elkaar gekomen die niet in één golf met elkaar vibreren. Zo is wrijving ontstaan. In de weken erna voelde ik immens verdriet, maar ervoer ook een bijzondere kracht.”

Weg van het vage

We zijn vijftien jaar verder. “Het was een tijd van transitie; ik heb lessen geleerd en ben ermee verdergegaan. Na de dood van Rik wist ik dat ik niet het werk deed dat bij me paste. Na Mohammeds dood, en vier jaar later na de dood van mijn moeder, ben ik een andere kant op gegaan. Richting mezelf, niet meer gericht op anderen. Ik heb lang een healing-praktijk gehad, een open praktijk waar iedereen terechtkon die mijn hulp nodig had. Dat is voorbij. Ik werk nu alleen nog met ambassadeurs, mensen die naar mij verwijzen. Ik heb er een zakelijker insteek aan gegeven, het is een soort product geworden, opzettelijk weggetrokken uit het ‘vage’ dat healing aankleeft.

Opnieuw getrouwd

“Mijn leven heeft echt een andere wending genomen. Er gebeurden bijzondere dingen. Plots was daar Fred. Hij was al langer een heel dierbare vriend, maar nu zette hij een andere stap: hij benaderde me als geliefde, en ik ging erop in. Ik dacht – voor het eerst in m’n leven –: hè lekker, iemand die voor me wil zorgen. Ik kon het aannemen, en we zijn getrouwd.”

De zakelijke kant op

Kort geleden kwam Liesbeth op het spoor van een wetenschappelijke doorbraak op het gebied van de gezondheid, in Amerika. “Producten met een perfect uitgebalanceerd mengsel van Redox signaleringsmoleculen. Die zijn vergelijkbaar met de moleculen die alle levende en gezonde cellen in je lichaam continu produceren. Lichaamseigen dus. Ik voelde dat het met mij te maken had en ben er zakelijk mee aan de slag gegaan. Ik promoot nu anderen om mee te doen. Ik ben dus meer de zakelijke kant opgegaan, maar volledig vanuit m’n hart.” “De dood van Rik is het begin van een ontwikkeling geweest. En nu, nu kun je wel zeggen dat ik helemaal op m’n plaats ben. Tot volle wasdom gekomen, noemen ze dat!“

icon-pdfDownload de PDF