Vanaf eind maart 2007 stond de wereld een paar weken stil voor Melanie. Stilstand, een groter contrast met het leven dat ze tot dan toe leidde, bestond er niet: vol vaart, veel werk, altijd bezig. Het was alsof iemand ‘stop’ gezegd had, ‘tot hier’. Het duurde vijf jaar tot ze volledig besefte wat de gevolgen waren van wat er gebeurd was.

Een herinnering uit 2001. Melanie en ik zitten bij Bert, een opdrachtgever namens de provincie Zuid-Holland. We maken met hem een boekje over een project in de jeugdzorg. Ik heb interviews gehouden, Melanie heeft een voorstel gemaakt voor de vormgeving. Het is een intensief gesprek, dat goed verloopt. We zijn blij, Melanie heeft de afgelopen nacht doorgewerkt om het af te krijgen. We ronden af. Melanie is nog net op tijd voor de volgende afspraak, bij de volgende opdrachtgever, met de volgende deadline in het vooruitzicht. ’s Avonds komt er iemand eten, dus tussendoor nog even boodschappen doen, en daarna iets bespreken met haar zus, met wie ze werkt aan weer een andere opdracht. Ik kijk haar na als ze op de fiets wegrijdt, mijn tempo is van een heel andere orde. Soms benijd ik haar om haar tomeloze energie.

Het kon altijd beter

“Kijk naar de tijd”, zegt ze nu. “Ik was eind dertig. Ik had veel werk, het ging lekker en dan heb je het gevoel dat je alles aankunt. Ik had zoveel energie. Dat ik ’s nachts soms doorwerkte, had met mijn ritme te maken, ik was een avondmens. Daar kwam bij dat ik nooit klaar was met een ontwerp. Het kon in mijn ogen altijd beter. En als ik bijvoorbeeld de volgende ochtend vroeg naar een drukker moest om aan de pers te staan, sliep ik maar een paar uur. Het leven was vol, druk, veel, maar ook goed.” “Heeft je leefstijl van toen invloed gehad op wat er later gebeurde”, vraag ik haar. “Daar hebben ze me nooit antwoord op gegeven.”

Verbaasd over zichzelf

Het leven was goed, toen. Melanie deed precies wat ze graag wilde: ontwerpen, bezig zijn met vormgeving. “Die diepe interesse in vormgeving kwam naar boven toen ik op de avondopleiding grafische vormgeving in Amsterdam zat. Ik werkte bij uitgeverij De Wereldbibliotheek – na de middelbare school had ik FMA Uitgeverij en Boekhandel gedaan – en zag in die opleiding een kans echt iets te gaan doen met wat me zo aantrok. En ik was verbaasd over hoe fanatiek, hoe gedreven ik was, en ambitieus! Ik wist niet dat ik iets zó leuk kon vinden.”

Volop werk

De volgende stap, om na De Wereldbibliotheek voor zichzelf te gaan werken, pakte goed uit. Ze sloot aan bij een groepje vormgevers, onder wie haar jongere zus, die vlak bij paleis Noordeinde een huis huurden. Aan werk geen gebrek, de tijd zat mee wat dat betreft, het leven als zelfstandig ondernemer kon beginnen. “Zo heb ik me overigens nooit gevoeld: iemand met een eigen bedrijf. Ik deed gewoon wat ik graag wilde doen, en verdiende mijn geld met dingen ­maken voor opdrachtgevers. Die toonden me hun waardering door me te vragen voor een volgende opdracht. En zo, ook door mond-op-mond-reclame, was ik altijd bezig.”

Onderuit

Dan wordt het 29 maart 2007. Melanie komt uit bed, maar gaat onderuit. Ze staat op, heeft geen idee waardoor ze viel. Ze neemt een douche, kleedt zich aan en gaat op weg naar de studio om te werken. Niet met de fiets, want ze voelt zich vreemd. Op straat laat ze iets vallen, maar is niet in staat het op te rapen. Ze valt opnieuw. Twee mannen helpen haar overeind, een vrouw belt 112. “Dit is niet goed”, hoort Melanie haar zeggen. Dan gaat het snel: in de ambulance naar het ziekenhuis, onderzoekjes, een hersenscan, naar de intensive care. “Ze vroegen me ‘til je arm eens op, en je been’. Toen ik dat niet kon, wist ik wel hoe laat het was: ik was aan één kant verlamd. Ik kon niet meer lopen. Ik lag in bed, maar wist eigenlijk totaal niet wat er gebeurd was. Dat heeft vijf jaar geduurd. Vijf jaar tot ik ten volle besefte wat de gevolgen waren van het herseninfarct dat me had getroffen.”

Bomvol

Na twee weken ziekenhuis, revalideren. “Je mag naar een revalidatiecentrum als je weer iets met je armen en benen kunt doen. Er zat dus iets van verbetering in. Ik ben daar een vol jaar geweest, stel je dat eens voor, twaalf hele maanden. Aan het eind van dat jaar moést ik er weg, ik hield het niet meer uit. De dagen zaten bomvol, ik werd van de ene therapie naar de andere gebracht, ’s avonds lag ik soms van vermoeidheid te huilen in bed. Maar het ergste was het gebrek aan alles wat me vertrouwd was: mijn huis, mijn boeken, muziek; ik had geen enkele privacy. Ik ben er beter uitgekomen dan dat ik erin ging, maar het was ronduit een nare omgeving.”

Geluk

Melanie woonde op de eerste etage van een huis in hartje Den Haag. Al snel werd duidelijk dat ze daar niet zelfstandig meer kon wonen. Met hulp van familie lukte het een leuke parterre met een tuintje te kopen in het Valkenboskwartier. “Het geluk om weer naar huis te kunnen gaan, naar mijn eigen huis, dat gevoel kan ik nóg oproepen.”

Richting krijgen

“Ik probeerde mijn oude privéleven weer op te pakken. Werken ging niet meer, ik had de concentratie en de energie niet om de uren te maken die nodig zijn als je voor jezelf werkt. Maar ik kon wel weer afspreken met mijn vrienden, samen eten, praten, dingen doen. Dat was fijn en heeft me geholpen weer richting te krijgen.”

Samen koken en eten

Drijvende kracht hierin was de jongere zus van Melanie. Die woonde vlakbij en was áltijd paraat. Al snel vormde zich ook een kring van vrienden om Melanie heen die met elkaar afspraken dat twee keer per week iemand met haar zou koken, en eten. En tot op de dag van vandaag bestaat die afspraak. “Het is bijzonder om te ervaren dat mensen zó bereid zijn te helpen. Ik merk dat iedereen nog steeds met plezier komt. En dat de band onderling tussen de vrienden steviger is geworden. Ik ben me er overigens heel erg van bewust dat ook ik mijn deel daaraan bijdraag.”

Opgeven doe je niet

“Waar haalde je de kracht vandaan om door te gaan?”, vraag ik. “Je leven was onherkenbaar veranderd: je had je huis moeten opgeven, je werk waar je zo van hield, en gedeeltelijk je zelfstandigheid.” Ze hoeft niet na te denken over het antwoord: “Dat ging vanzelf, die kracht héb je, opgeven kwam niet in me op, opgeven is verliezen. Maar ook de mensen om wie ik geef, hebben me steeds gemotiveerd om door te gaan.”

melanie_foto2

Enorme verbondenheid

We praten over haar familie. “Ik denk nog wel eens terug aan vroeger thuis, aan dat gezin met die vier kinderen. We hadden altijd veel plezier, het was goed, warm, gezellig, een enorm stevige basis. Sinds ik ziek ben, realiseer ik me hoe diep en innig de band met mijn familie is. Dat besef is nog sterker geworden sinds mijn vader is overleden, twee jaar geleden, een van de pijnlijkste perioden tot nu toe. Hij was me zo dierbaar, heeft ons altijd gestimuleerd, geadviseerd, kwam langs om even koffie te drinken om de hoek, waar we dan waanzinnig leuke gesprekken voerden soms, zomaar. Er was een enorme verbondenheid. Dat geldt ook voor de rest van ons gezin, mijn moeder die er gelukkig nog is, mijn broer en oudste zus.”

Wonderen

Over toekomstperspectief wil ze het niet hebben. Ze was nooit iemand die ver vooruit keek, en nu al helemaal niet meer. “Sinds mijn herseninfarct leef ik met de gedachte: ‘zo ben je er, en zo ben je er niet meer’. Ik stel mezelf kleine doelen, in korte tijd te bereiken: morgen weer een paar passen meer kunnen lopen dan vandaag. In het begin heb ik nog wel eens gehoopt op een wonderbaarlijke verbetering, maar het is onzin om te geloven in wonderen. Dat weet ik inmiddels wel.”

Goede stap

Na vijf jaar Valkenboskwartier deed zich de kans voor op een appartement in een complex voor begeleid wonen. “Het ging niet zo goed. Ik viel veel te vaak, en steeds moest m’n zus komen en me weer oprapen. Ik moest die kans grijpen, al voelde dat in het begin als een achteruitgang. Het blijkt nu een goede stap te zijn geweest. Hier voel ik me nu thuis, en vooral veilig. Lieve, betrokken mensen helpen me als het nodig is. Mijn medebewoners hebben allemaal iets dergelijks meegemaakt en zijn er op hun eigen manier bovenop gekomen. Dat is leerzaam.”

Nooit voorzien

“Het is niet gemakkelijk om hierover te praten. Er is iets gebeurd wat ik nooit voorzien had, en wat mijn hele leven heeft veranderd. Het is mijn lot geweest, dat voel ik echt zo, en daar moet ik iets mee doen. Ik zie het als mijn opgave om te leven met wie ik nu ben. Proberen tevreden te zijn met wat ik nu kan, met wat ik over heb van mijn oude leven, én accepteren wat ik verloren heb. Ik wil laten zien dat dat kan, en dat je daar ook nog gelukkig mee kunt zijn.”

Nieuwe dingen vinden

Want dat is ze, zegt ze, ze is best gelukkig. “Het is niet zo dat niks meer leuk is. Het is de kunst nieuwe dingen te vinden waar je plezier in hebt, en die je aankunt. Ik heb ontdekt dat ik het nog steeds fijn vind om te tekenen. Ik kan proberen om daarin beter te worden. En dáár word ik dan weer iets gelukkiger van.”

icon-pdfDownload de PDF