www.haagsekrachtpatsers.nl; project i.s.m. Carla van den Bergen Dialoog

Kunstwerk: “Dahpne” van Iris Le Rütte in museum Beelden aan Zee.

“Ik heb al eerder mijn verhaal gedaan. Toen ze voor een interviewreeks nog een eenbenige vrouw nodig hadden.” Zelfspot, daar houdt Serena wel van. Maar wacht, laten we beginnen bij het begin. Want eenbenig, dat word je niet zomaar.

Wie ís Serena? Vóór het gesprek dat ik met haar zal hebben, lees ik op haar website alvast iets over haar professionele leven. ‘Een zangeres die zich prima thuis voelt in het klassieke barok-, romantische en contemporaine repertoire. Die daarnaast ook uitstapjes maakt naar volksmuziek, licht klassiek repertoire en de populaire liedjes uit de jaren dertig, veertig en vijftig. Serena zingt en speelt in verschillende ensembles.’

Wat past bij je?

Ze is dus een zelfstandig ondernemer in de muziek? “Ja, vanaf 1999 ongeveer. Na mijn opleiding klassieke zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag ben ik voor mezelf begonnen.” Ze werd zangdocent en dirigent; en probeerde zangopdrachten te krijgen. Dat was niet eenvoudig. “Als je bijvoorbeeld opera wilt zingen, word je allereerst geconfronteerd met het minieme aanbod. En er is veel concurrentie uit het buitenland. In deze tak van de muziek werken ze niet met vaste aanstellingen, dus als je iets wilt verdienen moet je soleren in oratoria. Dat heb ik ook gedaan, maar ik merkte dat het niet goed bij me paste. Het is best een zoektocht geweest om te ontdekken wat wél klopte, waar ik het best tot m’n recht zou komen.”

Buikdansen

Toen ze in 2004 een tournee maakte met de opvoering van Die Fledermaus genoot ze van de combinatie opera en theater. Híerbij voelde ze zich thuis. “Ze hadden me gevraagd omdat ze iemand wilde hebben die kon zingen, maar ook van dansen wist. Dat kwam goed uit,” grinnikt ze, “want ik deed aan buikdansen. Dertig voorstellingen heb ik gedaan, ik was kapot nadien. Maar het was heerlijk en ik had ook nog goed verdiend. Achteraf bleek het ook een gedenkwaardige tournee. En voorlopig mijn laatste. Maar dat kon ik toen nog niet weten.”

Niets te ontdekken

Voldaan en blij was ze, maar ook compleet uitgeput. Waarmee ze al een flinke tijd leefde, maar waarvoor ze niet wilde zwichten, was de steeds erger wordende pijn in haar linkerbeen en -heup. Ze was er regelmatig voor naar de huisarts geweest, had fysiotherapie gehad en slikte ten slotte handenvol ibuprofen. Er was wel een foto gemaakt, maar de orthopeed kon niets afwijkends ontdekken, en de conclusie was dan ook geweest dat het niets ernstigs zou zijn. “Ik probeerde van alles om te kunnen blijven functioneren, shiatsu, osteopathie, meditatie, en ging uiteindelijk maar weer terug naar de huisarts.”

Rondlopen? Gedanst!

Die moest haar (alweer) het antwoord schuldig blijven. Hij verwees haar uiteindelijk door naar het Medisch Centrum voor dansers en musici. “Ik weet nog dat ik dacht: waarom dáárheen? Pijn in m’n heup komt toch niet doordat ik zing? Maar de arts daar liet foto’s maken en een MRI-scan, en bij de uitslagen daarvan gingen de alarmbellen rinkelen. De specialist in Leiden bij wie ik vervolgens terechtkwam, gaf de uitslag: ik had kraakbeenkanker, met een kwaadaardige tumor in mijn heup, die al behoorlijk groot was. ‘Serena, hoe heb je hiermee zo lang kunnen rondlopen?’ zei hij ontsteld. Dat vond ik een schokkend moment. ‘Rondlopen’ dacht ik, ik heb met een tumor in mijn heup dertig voorstellingen staan dánsen. Eigenlijk een geluk dat ik het niet eerder wist, want dan had ik dat niet kunnen meemaken.”

850A8060vbZingen kan nog steeds

Eindelijk wist ze wat er aan de hand was. De boodschap was afschuwelijk, maar ze voelde ook opluchting. Ze had zich dus niet aangesteld; nu kon ze eindelijk antwoord geven als mensen vroegen waarom ze toch steeds pijn had. “Ik kreeg alle informatie: ‘het type kanker is zeldzaam, er is nog weinig over bekend, chemokuren helpen niet. De enige remedie is ‘wegsnijden’ en in het ergste geval moet je been geamputeerd. Maar dat is niet de verwachting.’ Toen de chirurg dat zei, dacht ik meteen: ook dan kan ik nog steeds blijven zingen.”

Zelden vertoond

Bij de operatie werd een stuk van haar bekken weggehaald en een supersonische, nieuwe heup geplaatst, die in de bekkenkom stak. Ze kreeg een heel nieuw gewricht. Een staaltje vakmanschap dat nog zelden vertoond was. Serena leerde met haar nieuwe heup te gaan lopen, wat misschien wel een even sterk staaltje doorzettingsvermogen was. “Ik kon ten slotte zelfs mijn stok laten staan. Je zag niet meer dat er iets aan de hand was geweest.”

Misverstanden uit de weg geruimd

Opnieuw leren lopen was een intensieve tijd van revalideren. “Een pijnlijke, soms moeizame geschiedenis die me tegelijk ook iets bracht. Ik revalideerde thuis bij mijn ouders en ik vroeg me aanvankelijk af ‘zal dat goed gaan?’. Maar het bleek het beste wat ik had kunnen doen. Want in die periode heb ik de relatie met mijn ouders kunnen ‘opschonen’. We hebben kleine en grotere misverstanden uit de weg geruimd. Dat was mooi, voor ons allemaal.”

Ontdekking

“Door die hele toestand was er iets in me losgemaakt: ik ontdekte m’n eigen kracht. Ik voelde dat ik was opgewassen tegen wat ik meemaakte, ik was niet wanhopig, raakte niet in paniek. Dit gebeurde en ik moest erdoorheen, ik wist dat ik het aankon. Ik bevond me in een uitzonderlijke en onbekende situatie en ontdekte iets bijzonders in mezelf, wat ik niet van mezelf kende. Ik veranderde en dat had de ziekte me gebracht.”

Volop verder

Al die tijd had het werk stilgelegen. En ze was niet verzekerd, dus financieel zag het er niet rooskleurig uit. Hoe overleefde ze zakelijk? “Dankzij de Fledermaus-tournee had ik wat geld gespaard en kon ik die maanden overbruggen. Weer realiseerde ik me hoe bijzonder het eigenlijk was geweest dat ik dat nog had kunnen doen, want zoiets zat er nu niet meer in. Maar dirigeren doe ik ook heel graag, en lesgeven: iemand persoonlijk begeleiden, aanvoelen wat hij of zij in zich heeft en dat in goede banen leiden. Daar ging ik dus mee verder toen ik weer thuis was. En ik pakte de draad op met Serenatella. Onder die naam trad ik samen met Nelleke ter Berg op. We prezen ons aan als vertolkers van de mooiste liederen uit Sicilië, Napels en Rome, die we zelf verzamelden en arrangeerden. Behalve dat we zongen, speelde ik accordeon en Nelleke gitaar. Dat was iets waar ik blij van werd: behalve de zang kwam daarin ook de theatrale kant goed tot uiting.”

In de herhaling

Het was twee jaar later toen er weer een bobbeltje moest worden weggehaald, en weer twee jaar later toen ze opnieuw pijn kreeg. Maar op de MRI-scan was niets te zien, “ook door al dat metaal van die kunstheup” en de conclusie was dat er niets alarmerends aan de hand was. “Het leek wel een herhaling van vier jaar geleden. Ik dacht wéér dat ik pijn had omdat ik m’n oefeningen niet goed deed. En wéér bleek, toen er een bobbel op mijn been verscheen, dat het tóch niet goed zat. Terug naar de chirurg, die opnieuw moest opereren, maar nu radicaal. Het been zou moeten worden geamputeerd. ‘De meeste mensen krijgen geen tweede kans bij dit type kanker’ zei hij. Het werd sowieso al als uitzonderlijk gezien dat ik nog leefde.”

Als een soort worm

De wetenschap dat ze een been zou kwijtraken, riep ongekend heftige emoties op. “De avond voor de operatie begon ik te huilen en kon niet meer ophouden. Midden in de nacht heb ik een vriend gebeld (zulke vrienden heb ik dus). Ik was ten einde raad, had een intens gevoel van verlies, zag mezelf als een soort worm voortbewegen: hoe moest ik verder? We hebben eindeloos gepraat. Maar niemand kan je vertellen hoe het is om een been kwijt te raken. Je kunt het je zelf ook niet voorstellen, het is zoiets extreems. Bind een been vast zodat je het niet kunt gebruiken en scharrel zo een beetje rond. Dan heb je énig idee. Het gevoel is onbeschrijfelijk.”

Het eerste geval

Ze probeert het tóch, dat gevoel beschrijven. “Toen ik na de operatie voor de eerste keer moest gaan zitten, leek het of het been dat ik niet meer had, recht naar beneden door de matras heen stak; dat been wás er nog voor mijn gevoel.” De artsen hadden één bekkenhelft weggehaald, en uit een deel van haar geamputeerde onderbeen een nieuwe gemaakt. Daarbij lukte het ook nog om de aders aan te sluiten. Serena was daarmee het eerste ‘geval’ bij wie dat gelukt was, een uitzonderlijk geval.

Als bliksemschichten

“Dat gevoel van dat been dat recht naar beneden stak, is nooit helemaal weggegaan, maar wel veel minder geworden. Net als de fantoompijn, die afgrijselijk was, alsof er plotseling bliksemschichten door je heen gaan. Ik heb dat weten te reguleren, heb een manier gevonden om het gevoel, de pijn te verminderen met hulp van osteopathie en reiki. Ja, reiki: zullen we daarop terugkomen?”

Ontregeld

Been eraf, revalideren en weer verder? Nee, zo ‘simpel’ was het niet. Tijdens haar revalidatie kreeg Serena ontstekingen op de plek van de amputatie, en een zware pleuritis (ontstoken longvlies). Ze was zo ziek dat ze antibiotica kreeg toegediend via een drain. “Ik had al veel doorstaan, maar het inbrengen van die drain heb ik ervaren als een trauma. Zo afgrijselijk en pijnlijk. In die periode raakte mijn lichaam helemaal ontregeld, ik zat in de put, trok het bijna niet meer. En dat was ongebruikelijk voor mij.”

Luchtbelletjes

Wat was de remedie, hoe kwam ze uit die put? “Alleen op een kamer, ben ik voorzichtig weer zangoefeningetjes gaan doen. Toen voelde het alsof er luchtbelletjes naar boven stegen, zoals in champagne: dat was opborrelende levensvreugde die terugkwam! Mogelijk kwam het door het zingen, ik weet het niet; het verbaasde me, maar het zal me altijd bijblijven. Kennelijk zit die levenskracht in me en vindt zijn weg op die manier. Op dat moment was het mijn redding.”

Gelukkig geen danser

Hiervan voldoende hersteld, ging ze terug naar het revalidatiecentrum. En opnieuw voelde ze hoeveel kracht ze in zich had. “Ze zeiden: ‘Je zult wel vlagen hebben van boosheid, van verdriet. En je zult denken: waarom overkomt mij dit?’ Maar die gevoelens en gedachten heb ik niet gehad. Ook niet ‘waarom ik wel en die ander niet’? Dat was me echt vreemd.”
“Ik heb zo snel mogelijk geaccepteerd wat er aan de hand was, want dan kon ik verder. Ik wilde gewoon een goed leven hebben en dat kon niet als ik een hoekje zou gaan zitten treuren. Je hebt het zelf in de hand hoe je omgaat met wat je overkomt. Ik wilde gewoon verder. Ik wilde leven, en zingen: dat wist ik zeker. Zingen was overleven. Gelukkig was ik geen danser, want dan weet ik niet of ik er zó was uitgekomen. Of ik dit gekund had.”

Met één been

“Ik dacht ook: als ik wil optreden, moet ik leren lopen met een prothese. Dat was een hels karwei. Niet alleen technisch moeilijk, maar de prothese richtte veel schade aan de huid aan waar die op aansloot. Het werd dus geen prothese voor mij. En nu treed ik op met één been, en dat is goed. Na de eerste verwondering bij het publiek gaat toch alle aandacht naar wat ik ze laat horen en beleven. Dan verdwijnt die gewaarwording van ‘de vrouw met één been’ naar de achtergrond. Ook voor mezelf.”

Een onbekende man

We komen terug op wat haar ondersteuning heeft gegeven na haar operaties. “Ik heb me gericht op de spirituele kant, meditatie, reiki. Dat hoorde bij mijn aanleg, al had ik er voordat ik ziek werd nooit iets mee gedaan. Maar er was nog iets anders gebeurd. Na mijn eerste operatie kwam ik verschillende keren een mij onbekende Hindoestaanse man tegen, die dingen tegen me zei als ‘je moet iets met je handen doen.’ Hij ‘zag’ in m’n aura dat ik geneeskrachtige eigenschappen had. Hij kon het me leren. Maar ik liet het gaan, ik dirigeerde al met m’n handen, en dat was genoeg, vond ik. Hoewel ik hem dat niet zei, heb ik hem na mijn innerlijke besluit niet meer gezien.”

Reiki

Misschien was het toch een aanwijzing geweest, want een vriendin vertelde haar daarna over haar goede ervaringen met reiki. Een alternatieve geneeswijze die werkt met handoplegging: daarmee zou universele levensenergie worden overgebracht van de therapeut naar de patiënt. Deze energie herstelt de harmonie in het lichaam en versnelt het natuurlijke genezingsproces. “Ik heb het geprobeerd en merkte onmiddellijk, echt direct, dat het me goed deed. Mensen zullen het misschien zweverig vinden, maar zo ervaar ik het helemaal niet. Alles wat je aandacht geeft, reageert op een positieve manier. Reiki heeft me enorm geholpen om bij mezelf, bij mijn basis te komen. En zelfs om bepaalde negatieve patronen op te ruimen.”

Over liefde

Natuurlijk ben ik de afgelopen jaren veranderd. Levensbedreiging doet iets met je. Ook de mensen om me heen, mijn ouders, zus en zwager hebben het natuurlijk moeilijk gehad. Deze geschiedenis met mij heeft ze veranderd; dat heb ik zelf ervaren. Persoonlijk ben ik gegroeid en tot bepaalde inzichten gekomen. Ik ben er in deze tijd vast van overtuigd geraakt dat ‘liefde’ alles is waar het om draait. De warmte, aandacht, liefde die ik heb ervaren toen ik ziek was, de eerste keer, de tweede keer opnieuw, van mijn familie, vrienden, leerlingen, koorleden, was hartverwarmend. En misschien was het wel de reddingsboei die me overlevingskracht gaf. Mensen gingen als het ware om me heen staan, ter bescherming, in liefde.”

Altijd een mening

Het inzicht dat liefde alles is waar het om draait, probeert ze ook zelf in de praktijk te brengen. “Ik wil ondersteunend zijn voor anderen. Voorheen was ik nogal een betweter, iemand die altijd ergens een mening over had en die ook uitdroeg. Dat komt voort uit een kritische houding tegenover mezelf, die ik ook aannam naar anderen. Dat negatieve heb ik kunnen opruimen. Ik zeg niet meer ‘je moet dit of dat doen’, maar wil luisteren en een positief duwtje in de rug geven als dat nodig is. Met zachtheid naar mezelf en naar anderen kijken, zonder oordeel. Dat lukt natuurlijk nog niet altijd, maar ik ben op weg.” Over liefde gesproken: DE liefde in haar leven heeft ze nog niet gevonden. “Maar ik sta ervoor open hoor”, zegt ze lachend.

Records gebroken

Het is tien jaar na haar laatste operatie en Serena is al twee jaar uit ‘de risicovolle zone’. Glunderend: “De chirurg vond het eerder al een wonder dat ik was blijven leven, maar nu heb ik eigenlijk alle records gebroken. Ik voel me goed, heb natuurlijk wel een lichaam dat steeds aandacht nodig heeft, maar ik ben gezond, ook omdat ik zorgvuldiger ben gaan leven en vooral goed en meer dan kritisch op voeding let. Ik ben me er zo van bewust geworden wat een groot goed het is om gezond te zijn. Ook praktisch gezien heb ik veel geleerd: mijn rijbewijs gehaald, handbike leren besturen, leren lopen met één been en krukken, en ik ben natuurlijk weer volop aan het werk gegaan. Met als kers op de taart de productie van een eigen cd, gefinancierd met geld dat ik bij elkaar kreeg uit crowdfunding! Mooi en intensief, deze afgelopen tijd.”

Van Den Haag gaan houden

Serena kijkt met optimisme vooruit, voorlopig zo’n twintig jaar. “Dan ben ik ergens in de zestig. Ik denk natuurlijk wel: hoe zal het met me gaan? Elke controle is zenuwslopend. Maar voor nu ben ik blij met wie ik ben, wat ik heb en doe, met waar ik woon ook. Ik kom uit Wageningen, maar ben na het Conservatorium in Den Haag blijven hangen. Een stad waar ik van ben gaan houden. Als ik soms in de zomer ’s avonds naar de duinen rijd, of naar park Clingendael, voel ik me bevoorrecht. Laat het leven maar komen!”

icon-pdfDownload de PDF