In de Hongerwinter van 1945 zette Hildegards moeder haar kinderen op een kar met twee paarden ervoor en trok met miljoenen andere Duitsers weg uit West-Pruisen. Op de vlucht voor de Russen. Voor de kleine Hildegard was het één groot avontuur, omdat ze de ernst van wat zich afspeelde nog niet kon begrijpen. Later zou ze concluderen dat die vlucht een beslissende -wending in haar leven was geweest. Hoe had ze anders de -Nederlandse man kunnen ontmoeten op wie ze hopeloos verliefd werd?

“Heb je Het Duitsland van mijn moeder gezien? Daarin zag ik mezelf terug.” Hildegard (77) doelt op een documentaire serie die eind 2015 op tv te zien was. Na de val van het naziregime werden de provincies van Duitsland ten oosten van de Oder-Neisselinie door de geallieerden toegewezen aan Polen en de Sovjet-Unie. Vanaf 1944 gingen mensen op de vlucht voor het Sovjetleger. In de documentaire volgt programmamaker Britta Hosman de vluchtroute die haar moeder als vierjarig meisje nam, weg uit de Ost-Gebieten. Mét haar miljoenen andere Duitsers, onder wie Hildegard, ook een klein meisje toen.

Op een kar

Door naar die serie te kijken kwam een stroom herinneringen op gang. “Mijn ouders hadden een boerderij in Königsdorp, en bijna alle mensen uit ons dorp waren al weggegaan. Wij hoorden bij de laatsten die vertrokken; zonder mijn vader, want die was ‘in de oorlog’. Mijn moeder had alle waardevolle spullen in de waterput bij de boerderij verborgen. Ze was ervan overtuigd dat we terug zouden komen. Voor de tocht had ze van alles verzameld om mee te nemen, ook onze dekbedden bijvoorbeeld en alle volle weckpotten uit de kelder. Alles werd op een kar geladen, met twee paarden ervoor, en daar gingen we.”

Kozakken in de buurt

Miljoenen mensen op de vlucht. Er hing een enorme dreiging in de lucht. “Ik was nog zo klein: vier jaar, bijna vijf. Ik was me niet bewust van het gevaar waarvoor we vluchtten. Voor mij was het één groot avontuur. Maar ik herinner me ook wel dingen die ik naar vond. Een van onze paarden ging dood, en om verder te kunnen, moesten we veel van onze spullen achterlaten. Er was te weinig eten, we hadden constant honger, hoe inventief mijn moeder ook was om van weinig toch iets eetbaars te maken. We moesten natuurlijk ook steeds op zoek naar een slaapplaats, maar werden vaak weggejaagd en uitgescholden. Tijdens de tocht moest ik me regelmatig verstoppen, omdat er Kozakken in de buurt waren. Die waren gek op kleine, blonde meisjes. Angstaanjagend als ik er nu aan denk. Mijn jonge leeftijd heeft me beschermd, ondanks alles heb ik geen trauma aan die tijd overgehouden.”

Vermist

Uiteindelijk leidt de tocht naar Dollern, tussen Bremen en Hamburg, in het noorden van Duitsland. Hildegards moeder vindt er werk op een boerderij, waar ze ook een kamer krijgt om met haar gezin in te wonen. Hildegard groeit er op. “Mijn vader heb ik nooit meer gezien, hij stond als vermist geboekt. Als de vermissing lang genoeg duurde, kon je iemand dood laten verklaren en kreeg je een uitkering, zeker als alleenstaande moeder met twee kinderen. Maar míjn moeder heeft dat nooit gewild, ook niet na vijfentwintig jaar. ‘Stel dat hij nog gevonden wordt’, zei ze, ‘dan zou het eerste zijn wat hij hoorde, dat ik hem dood heb laten verklaren.’”

Zigeuners

Dus waren ze arm, echt arm, maar ook dat heeft Hildegard zich toen niet gerealiseerd. “Ik kreeg te eten, kon naar school, had vriendinnetjes en deed aan alles mee. Nú weet ik dat mijn moeder zich veel heeft moeten ontzeggen.” Het leven was karig, tot Hildegards moeder iemand ontmoette met wie ze een relatie kreeg. Daardoor waren er meer inkomsten en konden ze een eigen, oude boerderij betrekken. Hildegard kreeg bovendien een halfbroertje. “Ja, het ging steeds beter. Dat dorpje was onze woonplaats geworden, waar we thuis waren. Zo voelden wij het tenminste, maar de bewoners van het dorp zijn ons altijd als ‘vluchtelingen’ blijven zien. We waren en bleven een soort zigeuners, zelfs toen we er al jaren woonden.”

Verliefd

We maken een sprong in de tijd. Hoe is ze in Nederland terechtgekomen? “Door de liefde!” Maar hoe kom je in het Duitsland van na de oorlog een Hollandse jongen tegen, op wie je nog verliefd wordt ook? “Pim kwam mijn vriendin Hannelore opzoeken. Zij was na de oorlog in Nederland bij zijn familie geweest om aan te sterken, dat was een actie van de kerk. Hij kwam dus voor háár, niet romantisch, maar als vriend. Pim en ik ontmoetten elkaar toen natuurlijk ook, en we werden stapelverliefd.”

Op proef naar Nederland

Dat luidde de tweede wending in Hildegards leven in. “Ik had net mijn opleiding afgemaakt, had een goede baan bemachtigd en was net zover dat ik geld kon gaan verdienen. Ik had bovendien verkering. Toch gaf ik dat allemaal op om met Pim verder te gaan. We verloofden ons, ik ging ‘op proef’ naar Nederland – ik woonde een paar maanden bij een oom van Pim, waar ik zwaar op de proef werd gesteld door diens vier dochters – maar raakte zwanger. Stel je voor: begin jaren zestig, Pim en ik moesten toen natuurlijk trouwen.”

Genegeerd

Met weinig geld en geen uitzicht op een huis, trokken ze in bij Pims vader, bij wie ze een kamer huurden. “Dat was een moeilijke tijd. Ik was bang voor zijn vader. Het was een nare man. Stel je de situatie voor: we woonden op één kamer aan de drukke Prins Hendrikstraat, met een baby’tje, bij een schoonvader die mij niet moest. Geen familie, geen vrienden in de buurt. Als ik boodschappen moest doen, kwam ik in winkels waar ze me negeerden. Want iedereen had wel iemand in de oorlog verloren; van een Duitse vrouw moesten ze niets hebben. Dat was vreselijk, want ik had óók ellende meegemaakt, ik was mijn vader kwijtgeraakt. Ik had óók een geschiedenis.”

Een Engelse

Overleven in een vijandige omgeving, zo staan de eerste jaren in Nederland in Hildegards herinnering. “Ik voelde me zo ellendig, hoe moest ik me ooit thuis gaan voelen? Ik zou ook hier een buitenstaander blijven. Zo vaak heb ik gedacht: ik wil hier weg. Maar ik had een man van wie ik zielsveel hield, en een klein kindje. Die gaven me kracht om te blijven. Ik wist wel wat me te doen stond: de taal leren. En dat deed ik, met hulp van Pim, zó goed dat mensen mijn accent niet meer herkenden als Duits, maar dachten dat ik een Engelse was. En tóen was het goed. Ook de huidige immigranten zouden veel beter integreren als ze de taal heel goed leerden.”

Kasteel in Wassenaar

Het tij keerde, ze kregen een flat aan de Melis Stokelaan, waar hun tweede kind geboren werd, een zoon. “Wat een geluk, een huis met vier kamers, het leek voor ons een kasteel in Wassenaar. Er woonden jonge gezinnen, net als wij, en voor het eerst kreeg ik vrienden. Ik werd de eerste buitenlandse voorleesmoeder op de school van de kinderen, apentrots was ik. Toen ik ten slotte werk kreeg in het Promenadehotel, in een winkeltje met boeken, cadeautjes, souvenirs en zo, ben ik me helemaal op m’n gemak gaan voelen. Dit was de stad, het land waar ik wilde blijven. Ik heb er vijfentwintig jaar gewerkt, tot ik achtenvijftig was. Een fijne periode.”

Ouder worden

Een krachtig mens, Hildegard, iemand om rekening mee te houden. “Die jeugd in Duitsland heeft me sterk gemaakt, anders had ik het daar in de Prins Hendrikstraat nooit gered. En ook in mijn huwelijk niet, want daarin hadden we natuurlijk ook wel eens tegenslagen. Pim en ik zijn totaal anders opgevoed en dat botste soms. Nu vind ik het plezierig om ouder te worden, we zijn milder dan vroeger, en we hebben meer plaats voor herinneringen. Dat blijkt wel”, zegt ze lachend.

Familieband

En de band met haar familie, wat is daar van overgebleven? “Ik ben vaak teruggegaan naar Duitsland, naar mijn moeder. Zij en Pim waren dol op elkaar. Toen ze ziek werd, ben ik een paar maanden voor haar gaan zorgen. Ze woonde bij mijn halfbroer, maar had bijna net zo’n haat-en-nijdverhouding met zijn vrouw als ik vroeger met mijn schoonvader. Mijn moeder was een bijzondere, sterke vrouw, een mens van weinig woorden. Maar ik voelde dat ze onvoorwaardelijk van me hield, want wat een geschiedenis hadden wij samen.”

icon-pdfDownload de PDF