Op een dag nam Nicole het vliegtuig naar de Turks-en-Caicoseilanden. Ze was er een week en kreeg er de grootste opdracht uit haar carrière. Het was een geschenk uit de hemel, want toen ze vertrok zat ze met haar bedrijf aan de grond. Nu, vijf jaar later, is ze nóg verbaasd over de vlucht die haar leven genomen heeft. “Het was een te ­grote jas waar ik ben in gegroeid.”

“Wáár ga je heen? Naar de Turks-en-Caicoseilanden?” Ik had er nog nooit van gehoord. “Waar is dat?” vroeg ik Nicole. “En wat ga je er doen?” De eilanden bleken in de buurt van de Bahama’s te liggen. En ze ging erheen omdat haar vriendin Caroline haar gebeld had of ze hotels en vastgoed wilde komen fotograferen. Dat telefoontje was genoeg voor een bijna revolutionaire omwenteling in Nicoles zakelijke leven.

Dit komt niet meer goed

Nicole had sinds 1984 een eigen grafisch ontwerpbureau; een paar jaar met partners, een paar jaar zonder. Er was altijd genoeg werk, leuke opdrachten en genoeg omzet om van te leven. Tot in 2008 wereldwijd de financiële markt instortte, en zich een ongekende economische crisis verspreidde. Kleine ondernemers zoals Nicole zagen de vraag van opdrachtgevers in razend tempo afnemen. “Ik had bijna geen werk meer. Eerst dacht ik: het komt wel weer goed. Dat was altijd zo geweest. Maar na een tijdje wist ik dat het helemaal niet meer goed kwam. Toen raakte ik toch wel enigszins in paniek, want mijn bankrekening werd leger en leger en ik had natuurlijk van alles te betalen. Ik had nog wél mijn eigen producten, tafelborden met gekalligrafeerde teksten, en mijn Selfshelf-boekenplankjes, en die hadden best succes. Daar had ik dus nog wat inkomsten van. Ik verkocht de borden op marktjes rond kerst bijvoorbeeld en op een soort Tupperwareavonden die mijn vriendinnen van de jaarclub organiseerden. Maar het was niet de oplossing, langzaamaan werd ik wanhopig.”

Te oud

Het zelfstandig ondernemerschap vaarwel zeggen? Maar wat dán? Nicole solliciteerde op verschillende functies en werd afgewezen, op haar leeftijd. “Ik reageerde bijvoorbeeld op een onderwijsbaan bij de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Ze kenden me daar, want ik had er eerder al acht jaar les gegeven. Maar nú was ik te oud. En ik had te veel ervaring. Ik was dus gewoon te duur.” Een zorgelijke tijd, want ze zag alle zekerheid verdwijnen: moest ze haar huis verkopen, nog veel kariger gaan leven? Waar ging het heen? “Niemand wist hoe rottig ik er voorstond, want ik hield alles vóór me. Alleen aan mijn ‘boeddhistenvrienden’ had ik het verteld.”

Stoer en trots

Waarom aan hen wel? “Dat was vanzelfsprekend. We komen regelmatig bij elkaar en vertellen elkaar alles. Er is geen oordeel.” Nicole heeft zich al heel lang verdiept in het boeddhisme en noemt het als een van de bronnen waaruit ze kracht put. “Twee weken lang heb ik samen met mijn boeddhistenvrienden intensief gechant (ritmisch spreken of zingen van teksten, CB), met de intentie voor elkaar te krijgen dat mijn situatie zou veranderen. Ik geloof daar onvoorwaardelijk in, maar er gebeurde niets. Toen we erover doorpraatten, werd het me daarna wel duidelijk, dat ik me te veel schaamde. Ik ben altijd een stoer iemand geweest, trots op m’n zelfstandigheid. Het idee dat ik niet in staat zou zijn m’n geld te verdienen was onverdraaglijk. ‘Misschien is dat de sleutel’, zei iemand. ‘Schaamte houdt veel tegen. Misschien moet je het maar gewoon gaan vertellen aan anderen. Zoals aan je vriendinnen van de jaarclub.’ Toen belde op 8 januari 2012 mijn vriendin Caroline. Of ik naar Turks and Caicos wilde komen: ‘Ik denk dat ik een ontwerper nodig heb’, zei ze.”

De betekenis van vriendschap

Caroline is een van de vriendinnen uit jaarclub Spijker 1977, waarbij Nicole zich aansloot toen ze in Leiden studeerde. Een hechte groep vrouwen, die elkaar door de jaren heen niet uit het oog verloren zijn. Sommigen zien elkaar vaker dan anderen, maar eens in de vijf jaar komen ze bij elkaar om opnieuw de vriendschap te vieren. “De vrouwen van de jaarclub hebben me al vaak de betekenis van vriendschap laten zien. We kennen elkaar al zo lang en zullen altijd in de bres springen als iemand dat nodig heeft. Caroline was indertijd voorzitter, ze was de leading lady. Het zat er toen al in dat zij carrière zou gaan maken. En dat gebeurde ook: ze werkte vijftien jaar op Wall Street als Investment Banker, ze werd een hot shot in de financiële sector.”

In het vliegtuig

Nicole en Caroline hadden tot dan toe niet veel contact. “Zij woonde in New York en ik had te weinig geld om erheen te gaan. Maar ze wist wel hoe het me verging door de jaren heen, wat ik deed en maakte. Ze had het krachtig gevonden toen ik na één jaar biologie mijn passie volgde en overstapte naar de Kunstacademie in Den Haag. Ze wist ook dat ik weinig werk had toen ze me belde op die achtste januari. Een week later zat ik in het vliegtuig, samen met mijn broer Piet, meer fotograaf dan ik. Op weg naar de Turks-en-Caicoseilanden, waarvan ik de ligging zelf ook had moeten opzoeken: ten noorden van de Dominicaanse Republiek, ten zuidoosten van de Bahama’s.”

Een nieuw bedrijf

The Turks and Caicos Islands, zoals ze oorspronkelijk heten, maakten ooit deel uit van een Britse kolonie, The British West Indies, maar zijn verzelfstandigd. Het is een taxfree-domein en gewild bij investeerders. Maar ook daar was het vanaf 2008 crisis geweest. Veel huizen en villa’s waren niet afgebouwd, hotels stonden er vervallen bij; het eiland was niet aantrekkelijk genoeg meer om bezoekers aan te trekken. Een investeerder in The British Caribbean Bank, met veel bezit op het eiland, vroeg Caroline de bank te leiden en een plan te maken om het eiland een revival te geven. Op dat moment stapte Nicole in. “Het was waanzinnig. In die eerste week dat we er waren, heeft zij (namens de bank) een hotel gekocht, Beach House, en is meteen gaan bedenken hoe het anders moest. Ze vroeg mij ter plekke een logo te ontwerpen dat het begin van een huisstijl zou worden, en verzamelde een clubje mensen met wie ze aan het werk wilde. We zaten daar aan het eind van die week op een terras en ze zei: dit is ons nieuwe bedrijf en we gaan beginnen met werken.”

Blij, enthousiast en eng

Nicole ging naar huis met een zak vol werk: ze moest ideeën presenteren voor de look van het Beach House, de huisstijl, de kleuren, bewegwijzering. “Dat was wat ik goed kon en ik genoot dat ik weer bezig was. Maar ik had nog nooit zoiets in z’n volledigheid gedaan. Als je bijvoorbeeld een leidende kleur bedenkt, moet die ‘doorklinken’ in de tuinplanten, de inrichting, de buitenkant en het dak, de kleding van de medewerkers in het restaurant. Het was enorm en we waren vast van plan er een succes van te maken. Ik was blij en enthousiast, maar vond het ook eng. Zou ik aan die verwachtingen kunnen voldoen?”

Stress

Het eerste jaar heb ik een behoorlijk gevecht moeten leveren met verschillende mensen van het team waarin ik werkte. Ze hielden veel tegen van wat ik voorstelde. Had ik bijvoorbeeld voor de inrichting van een kroegje aan de haven bij het Blue Haven Resort geinige lampen uitgezocht, dan keurden ze die af. De lampen konden weer terug in de doos. Had ik tegeltjes uitgezocht en laten aanbrengen op een muur, dan waren ze verwijderd als ik een paar weken later terugkwam. Onze ideeën kwamen niet overeen, mijn ontwerpstijl sprak ze niet aan. Dat gaf een hoop stress. Ik heb toen wel eens gedacht: blijf ik dit leuk vinden? Maar ja, het was een idioot soort uitdaging, en als ik ermee ophield, wat dan? Caroline stond aan mijn kant en greep in, ontsloeg mensen, nam nieuwe aan en veranderde ook de organisatiestructuur.”

Totally committed

In Nederland werd ze te oud bevonden voor de banen waarop ze solliciteerde. Speelde leeftijd nú een rol? “Jazeker, maar in mijn voordeel! Want Caroline wilde eigenlijk alleen maar mensen die de vijftig gepasseerd waren. Mensen die niet doorsnee waren, het leven al flink geleefd hadden, zonder familiebeperkingen. Totally committed kunnen zijn, dat is ook de Amerikaanse werkcultuur, altijd beschikbaar en bereid om te werken, soms op onmogelijke tijden. Ervaren mensen zocht ze dus, die zelfstandig kunnen opereren, gewend zijn samen te werken, niet onder de indruk als er frictie is, mensen die weten wat ze willen. Daar beantwoordde ik dus aan, en inmiddels hebben we een team met mensen van 21 nationaliteiten, veel vrouwen, die allemaal boven de 50 zijn. Een beetje gekkige mensen, die veel gereisd hebben en in andere landen gewoond. En het werkt!”

Kite surfers

Na dat eerste jaar bleven de opdrachten komen. Weer andere hotels werden onder handen genomen, en Nicole kreeg steeds meer vertrouwen in zichzelf en van de anderen. “Even schetsen hoe groots het allemaal werd aangepakt. De opening van het tweede hotel, Blue Haven, was niet een receptie met drankjes en muziek. Nee, het werd een week lang gevierd, met feesten, activiteiten, kite surfers die vanuit Europa op het strand aankwamen op het moment van de officiële opening. Je kunt je dat hier niet voorstellen. Ik ben in een totaal andere wereld terechtgekomen.”

Nieuwe talenten

We zijn vijf jaar verder, hoe staat Nicole ervoor? “Ik heb veel mooie dingen mogen maken. Heb nieuwe talenten bij mezelf ontdekt: ik ben me gaan bezighouden met interieurinrichting, en ontwerp nu bijvoorbeeld ook meubels. Ik kan mijn creativiteit kwijt, daar word ik echt gelukkig van. Maar ik heb bijvoorbeeld ook ontdekt dat ik goed kan organiseren en materiaal en spullen kan inkopen tegen een mooie prijs. Inmiddels zijn er drie goed lopende resorts op het eiland en is ons bedrijf daar de belangrijkste werkgever.”

Onwaarschijnlijk mooie zee

Je moet het kunnen, zegt Nicole nu, regelmatig lang van huis zijn. “Je moet er echt zin in hebben en er de energie voor hebben, want het is een intensief leven, fysiek en mentaal. Het gaat niet alleen om je vak uitoefenen, maar ook om alles eromheen. Ik ga er nu zes keer per jaar heen ongeveer, en dan een week of vijf per keer. Er lang zijn geeft me rust, meer dan wanneer ik thuis aan de projecten werk. Ik kan me dan helemaal concentreren op wat ik moet doen, heb direct contact met iedereen, in plaats van alles per mail of skype af te handelen. En ik geniet intens van de zon en de onwaarschijnlijk mooie zee. Dat is ook tegelijk alles wat het eiland te bieden heeft, want voor de cultuur hoef je er niet heen. De mensen die er vakantie houden, zoeken dat ook niet. Maar ik mis ‘de cultuur’ als ik er te lang ben. Dan ga ik weer naar huis en geniet van alle mogelijkheden die een stad als Den Haag heeft. En bedenk dat ik toch echt nergens anders zou willen wonen.”

Gunnen

Hoe heeft ze het voor elkaar gekregen om haar leven op twee plaatsen in harmonie te leven? “Dat lukt omdat ik een relatie heb waarin ik zo’n stap heb kunnen maken. Mijn vriendin vindt het zo gaaf voor mij. Ze ziet dat ik er gelukkig van word en gunt het me met heel haar hart. Natuurlijk is het soms moeilijk, want ze maakt geen deel uit van het leven dáár, maar dat overleven we wel. We hebben een relatie waarin we de ander, naast ons leven samen, ook een eigen leven gunnen. Omdat ik die veilige, liefdevolle haven weer vind als ik thuis kom, kan ik veel aan. Ook mijn vrienden gunnen me dit avontuur zo, dat ze mijn regelmatige afwezigheid in ons contact meestal op de koop toe nemen. Maar zodra ik thuis ben, vind je me elke woensdag weer bij mijn voetbalvriendinnen, ga ik naar de meetings van de boeddhisten en zoek ik ook al mijn andere vrienden op een of andere manier op. Want vriendschap is voor mij het belangrijkste in het leven.”

Beeld voor de toekomst

Veel is er in de afgelopen vijf jaar veranderd. Of ze de maand financieel kan doorkomen is geen onderwerp meer bijvoorbeeld. “Ik ben totaal dankbaar voor al het geld dat ik nu verdien. Maar soms wringt het ook wel dat ik alleen maar voor ‘de rijke consument’ werk. Ik ben een sociaal iemand in mijn diepste wezen en wil graag positieve dingen doen voor de planeet. Dat gaat ook gebeuren, dat weet ik bijna zeker. Want ik ga sparen zodat ik op den duur dingen kan doen die ik nog graag wil doen. Mijn eigen producten maken – daar heb ik nu geen tijd meer voor – en ze dan in India of Indonesië laten maken door mensen die er hun brood mee kunnen verdienen. Contacten leggen en daar veel zijn. En ik blijf Caroline volgen in haar ondernemerschap. Ik zou met haar dingen willen doen op het gebied van educatie. Dat is een beeld voor de toekomst.”