Het prototype goed opgeleide Surinamer in pak met aktentas werd Atlin na zijn studies in elk geval niet. Integendeel! Een linkse jongen op een oude fiets, die de wereld wilde verbeteren en ­democratie uitdroeg, dat typeerde hem beter. Met één doel: mensen helpen. Dertig jaar ­later wordt hem tijdens een speech plotseling meer dan duidelijk dat hij van richting moet ­veranderen.

Atlin (18) en zijn broer Wilfred (19) zijn koud in Nederland of ze stappen in de bus naar het Westland. Twee Surinaamse jongens in een gele NZH-bus richting Poeldijk, dat valt op in die tijd, het was 1967.

Twee donkere jongens

Ze gaan naar een firma die kassen bouwt, Wilfred is op zoek naar een baan. Atlin: “Om het beeld te schetsen van die sollicitatie: daar aangekomen nodigt de heer Grimbergen, directeur van het bedrijf, ons uit in de woonkamer en schenkt thee. Hij keek ervan op: twee donkere jongens, die ook nog goed Nederlands spraken!” Grimbergen denkt er niet lang over na: Wilfred krijgt de baan. Hij is er echt op z’n plaats, volgt allerlei opleidingen en klimt op. De familie Grimbergen ziet hem meer als zoon dan als werknemer. Atlin: “Toen hij op een gegeven moment ander werk vond in Rotterdam, kwam dat hard aan in Poeldijk. Maar Wilfred ging z’n weg, het was tijd geworden voor iets anders.”

Totaal verschillend

Atlin en zijn broer scheelden maar vijftien maanden. Twee totaal verschillende kinderen uit een ondernemersgezin in het Surinaamse district Coronie. Wilfred kwam zonder specifieke opleiding naar Nederland, Atlin was een studiebol, hij hield van kennis opdoen. “Wilfred zocht eerst naar de opleiding die bij hem paste en werd een goede lasser, ik ging studeren. En ik was echt een kind van de tijd: anarchist, antiheld, een linkse jongen. Maar ik studeerde wel af, in bedrijfskunde en planologie.”

Sterke band

Geheel passend bij hoe hij toen in het leven stond, hechtte Atlin ook na zijn studie niet aan status en een degelijke baan. “Integendeel! En Wilfred waardeerde dat tegendraadse gedrag, want hij voelde het verschil tussen ons altijd zwaarder dan ik. Hij merkte toch dat ik meer gaf om de relatie met hem dan om status. Dat versterkte onze band, al spraken we onze genegenheid niet expliciet uit, dat is geen gebruik in de Surinaamse cultuur.”

Noodgedwongen stilstaan

In de jaren die volgen, blijven de broers dicht bij elkaar wonen; ze trouwen, krijgen kinderen, en gaan hun eigen weg. Het is ruim dertig jaar later als Atlin noodgedwongen stilstaat bij hun verschillende levens. Bij dat van Wilfred in een afscheidsspeech en tegelijk in gedachten bij zijn eigen leven.

Een eeuwigheid

“Het was een vrijdagmiddag. Ik lag in bad bij te komen van de stress, moest naar een diner van een of ander bestuur. Mijn vrouw komt boven, totaal ontdaan en zegt: je schoonzus en neef zitten beneden, er is iets ergs gebeurd. Terugkijkend leek het me een eeuwigheid, de tijd die ik nodig had om me aan te kleden en twee trappen naar beneden te gaan. De tijd stond stil, ik voelde dat het ging om leven en dood.”

In één keer grijs

Wilfred lag in het ziekenhuis, aan de beademing. “Hij was van de fiets gevallen, een hartaanval; iemand had geprobeerd hem te reanimeren, hij was er slecht aan toe. Ik kon het niet bevatten, had nog de hoop dat het tijdelijk zou zijn, maar de artsen waren negatief. Een paar dagen later overleed hij. Ik was sprakeloos, totaal uit het veld geslagen. Maar ik moest veel regelen. Mijn moeder, broers en zussen moesten uit Suriname komen. We moesten mensen laten weten dat hij overleden was, de uitvaart. In de week na zijn dood ben ik in één keer grijs geworden, ik kon niet slapen, was van de wereld. Het moment dat mijn moeder aankwam op Schiphol en ik haar verdriet zag omdat zij haar kind overleefde, was hartverscheurend. Ze was een sterke vrouw, maar ze kon geen woord uitbrengen.”

Al die mensenAtlin Sandvliet

Bij de crematie houdt Atlin een speech. “Ik moest natuurlijk spreken bij de uitvaart. Mijn oudste broer, mijn broer met wie ik naar Nederland kwam, was dood. Ik had het goed voorbereid, alles opgeschreven, maar ik had dat briefje niet nodig. De woorden kwamen vanzelf, recht uit m’n hart. Ik keek de zaal rond, zag al de mensen die in Wilfreds leven een rol hadden gespeeld en vertelde hoe hij van hen genoten had: zijn vrouw en hun zoon, zijn schoonvader, die zo van paling hield, en zijn schoonmoeder, van Poolse afkomst. De clubgenoten uit de voetbalteams, mensen van zijn werk en vrienden. Met al die verschillende mensen had hij een band gehad, ik vond dat bijzonder.”

Het moet anders

“Al pratend schoot onze geschiedenis door mijn hoofd, vanaf het moment dat we in ’67 in die gele bus stapten naar het Westland. Ik bedacht hoe gemakkelijk hij op alle terreinen zijn plek gevonden had. In stilte, hij had er nooit veel over verteld. En ik zag wie ík geworden was: altijd bezig met politiek, met andere mensen vooruit te helpen, strijdend voor een betere wereld. Dat moment trof me: ter plekke besefte ik dat ik ver af was komen te staan van wie ik eigenlijk was, en dat ik het anders moest gaan doen.”

Scherpe tegenstelling

Hij legt het uit. “Wilfred was getrouwd met een meisje uit de Bollenstreek, had een gezin gekregen, werk en vrienden, en had in rust en stilte een vol leven opgebouwd. In zijn leven herkende ik veel van de kernwaarden die onze ouders ons in onze opvoeding hadden meegegeven. Hij was bij zichzelf gebleven. En ik zag plotseling scherp dat ík was gaan schuiven. En dat beeld beviel me helemaal niet. ”

Veganist, dienstweigeraar

“Stel je mij voor in de jaren zestig/zeventig: veganist, dienstweigeraar, rijdend op een oude fiets. Ik stond voor ‘de arbeider’ die last had van het kapitaal. Ik was me gaan focussen op systemen: mensen willen wel, maar krijgen geen kansen, want ‘het systeem’ belemmert dat. Als er iemand bij me kwam met problemen ging ik hem, als in een reflex, helpen. Zonder ooit te vragen of hij zelf al iets gedaan had om het op te lossen.”

Mensen redden

”Ik dacht tijdens die speech: wat heb ik hiermee bereikt? Ik werd plotseling geconfronteerd met de beperkte zingeving van de dingen die ik deed. Ik was weggeraakt van wat we van huis uit hadden meegekregen – het gaat allemaal niet vanzelf, je moet hard werken, het zélf maken. Die kernwaarden waren vervaagd, niet in mezelf, maar wel in mijn publieke en maatschappelijke leven. Wat ik van mezelf eiste, had ik van anderen nooit gevraagd. Integendeel. Ik was de dominee gaan uithangen, sterk gevormd door mijn politieke omgeving, door de welzijnssector waarin ik werkte. Veel van wat ik deed was overgoten met het maatschappelijke sausje van de tijdgeest. Als je daarvoor gevoelig was, zoals ik, ging je mensen ‘redden’.”

Anders naar mensen kijken

Hij vertelt wat er veranderde na die speech. “Ik ben werkelijk een andere weg ingeslagen; misschien niet direct merkbaar voor anderen, maar voor mezelf des te meer. Ik ben een ander soort relaties met mensen aangegaan. Ik zat in allerlei besturen, had van alles aan m’n hoofd, om een missie te vervullen die niet te vervullen wás. Daarom legde ik veel functies neer. En ik ging anders naar mensen kijken: als individuen die zélf kunnen handelen, zonder dat ze mij daarbij nodig hebben. Ik wil nog steeds mensen helpen, maar dan als stimulans om daarna zélf adequaat te handelen. Ook mijn manier van leidinggeven is veranderd, ik vraag nu meer van mensen zelf, wat me overigens niet altijd in dank wordt afgenomen.”

Niet meer klagen en zuchten

Atlin verminderde het aantal zakelijke contacten drastisch. De linkse jongen die de wereld wilde verbeteren en democratie uitdroeg, verdween uit zicht. “Ik hoor of zie je niet meer, zeiden veel van mijn relaties. Ze bedoelden: we kunnen niet meer bij je terecht om te klagen en te zuchten. De vriendschappen en contacten die ik nu heb, zijn dieper en oprechter. Deze ‘manier van zijn’ doet me goed. Ik ben weer dichter bij mezelf, terug bij de familiaire waarden waarmee ik ben opgegroeid. En daar ben ik blij mee. Ik heb meer rust gekregen om te doen waar ik goed in ben, ideeën uitwerken en samen met anderen zorgen dat ze worden uitgevoerd, dingen fiksen. En als ik onaangename ervaringen met mensen heb, mijd ik ze voortaan. Ik heb bijvoorbeeld in het afgelopen jaar nogal wat negatieve pers gehad door toedoen van iemand die jaren van me geprofiteerd heeft, en die ik heb ervaren als een politieke opportunist. Ik heb de berichten naast me neergelegd. Vroeger was ik boos geworden, had ik openlijk gereageerd. Nu sluit ik mijn leven hermetisch af voor mensen die alleen maar willen ‘halen’; ze kunnen me niet meer raken.”

Gezonder

Atlin kijkt opgewekt naar de toekomst. “De dood van mijn broer heeft me op een ander spoor gezet. Mijn leven is rijker geworden, en ik ben gezonder! Ik liet me onlangs checken, en de arts zei dat ik er beter voorstond dan tien jaar geleden. Aan stoppen met werken denk ik geen moment, pensioen is voor mij een onbekend woord. Integendeel, ik kijk uit naar de komende jaren. Ik heb altijd een hang naar kennis gehad, altijd veel opgeslagen in m’n hoofd, veel gelezen ook. Die kennis gebruikte ik altijd als het nodig was. Nu wil en kan ik die nog veel meer gebruiken om nieuwe ideeën te ontwikkelen.”

icon-pdfDownload de PDF