Nieuwsgierig, voortvarend en een beetje ­ondeugend, zo zal Ineke geweest zijn toen ze jong was. Er werd veel gelachen in de jaren dat ze ­volwassen werd. Maar gepraat werd er weinig. In elk geval niet over wat je in het leven zoal ­tegen kon komen. Dat gebrek aan voorlichting brak haar op toen ze trouwde. En nog meer toen ze na vijftien jaar ­huwelijk een totaal onverwachte ­mededeling kreeg.

Het was een behoorlijk gewaagde stap die Ineke op haar achttiende zette. Ze tekende voor een opleiding bij de Marine Vrouwenafdeling: ze werd een ‘Marva’. Vanuit Zwolle, vanuit een warm, beschermd gezin stapte ze de Randstad en de wereld van de krijgsmacht binnen. Dat was best lef hebben, zeker in de tijd waarin dit speelde: 1950.

Uniform

“Mensen vonden het maar een vreemde keuze, een beetje ‘ordi’. Maar dat kon me niet schelen. Ik wilde het huis uit, ik wilde verder. Toen ik in een krantje las dat de Koninklijke Marine vrouwen zocht, heb ik dan ook stilletjes, zonder dat mijn ouders het wisten, informatie opgevraagd. Niet dat ik per se bij de marine wilde, maar dit deed zich voor, én,” zegt ze lachend, “het uniform trok me. Ik had geen geld om op kamers te gaan, maar wilde toch weg, dan was dit toch dé kans? Mijn ouders stemden toe: ze gaven me het vertrouwen en de vrijheid om te gaan. Daar ben ik ze nu nog dankbaar voor.”

Groen als gras

Ineke vertelt me over de twee jaar die volgen. Ze maakt eerst een opleiding af, gaat daarna werken op het Hoofdkwartier Korps Mariniers, dan in Rotterdam. Samen met andere meisjes wordt ze er ’s ochtends met een busje heengebracht en aan het einde van de dag ook weer terug. Het is een verhaal als in meisjesboeken uit die tijd.

“De opleiding was in een grote villa in Aerdenhout. Stel je voor: ik woonde ineens in een soort gemeenschap, sliep in een stapelbed, met vijf op een kamer. Ik was een jonkie en zo groen als gras, niet voorgelicht, wist nergens van. De anderen waren een stuk verder in het leven en bemerkten natuurlijk mijn onervarenheid. Daarom hielpen ze me, ze waren aardig. Ik herinner me de saamhorigheid, het respect voor elkaar, de zorgzaamheid ook. En de lol die we samen hadden, ’s ochtends in dat busje naar Rotterdam, met een kolonel voorin die er weinig van begreep.”

Steno

Misschien zijn het de onschuldige grapjes en voorvallen waarover ze vertelt die me steeds aan dat meisjesboek doen denken. Er werd in elk geval flink veel gelachen, Ineke leerde van de mannen op kantoor een sigaretje roken, en ze bekwaamde zich in steno. Dat laatste kwam haar overigens op een onverwacht moment nog goed van pas. Maar daarover later.

Twee kapiteins

“Na twee jaar vond ik het genoeg, ik tekende niet bij. Via een familielid kon ik, als burger dus, een administratieve baan krijgen op de kazerne in Den Haag. Ik kwam er op een kamer met twee kapiteins, die zo’n jonge collega wel leuk vonden, natuurlijk. Ik heb er zes jaar gewerkt. Wat een gezellige tijd was dat! Ik maakte er vrienden, huurde een eigen kamer, en het leven lachte me toe.”

Aan de man

Ineke PilonWat nog ontbrak aan het plezier was een leuke vriend. Samen met een vriendin zette Ineke een advertentie: ‘Twee jongedames zoeken kennismaking met vrienden. Niet duf.’ Dat ‘niet duf’ was de trekker voor veel mannen om te reageren: de vriendinnen kregen zestig brieven, waarvan ook enkele ‘minder eerbare’. “’s Avonds gingen we gezellig ergens heen om ze te lezen. Kies er maar een uit, zei ik tegen mijn vriendin, we hebben er zat! En dat deed ik zelf ook. Hoewel zij mijn keuze ‘een stijve vent’ vond om te zien, ging ik toch met hem kennismaken. Hij was gereformeerd, net zoals ik. Dat vond ik wel netjes. Hij woonde in Amsterdam en we kregen goed contact. We gingen zelfs op vakantie.”

Trouwen

Ineke praat verder: “Het ging goed, het was gezellig, maar af en toe dacht ik dat er een steekje aan hem los was: dan was hij chagrijnig, kreeg woedeaanvallen, en dan was hij plotseling weer heel aardig. We zetten de vriendschap toch door, reisden op en neer tussen Den Haag en Amsterdam. Tot hij zei: ‘Laten we maar gaan trouwen, dat is goedkoper dan twee kamers aan te houden.’” Was je verliefd? Was het echte liefde, vraag ik Ineke. “Ik weet het niet, we hadden ook praktische redenen: hij wilde wel een vrouw, en ik een man. Maar ik bleef het gevoel houden dat er iets met hem was; iets wat ik niet kon benoemen.”

Niks aan de hand

Ze trouwden, gingen in Amsterdam wonen, werkten allebei, hij bij ‘4711 eau de cologne’, zij bij de Kinder­bescherming. Ze haalden een hondje uit het asiel. Een gewoon leven zonder veel ophef. “We konden het doorgaans wel met elkaar vinden, maar soms maakte hij ruzie zonder dat ik begreep waar het om ging. Als ik dan vroeg wat er aan de hand was, zei hij alleen maar: ‘Niks, niet zeuren. Ik ga even lopen’. Dat deed hij wel vaker, ’s avonds eropuit, naar buiten. Maar zónder hond, die mocht absoluut niet mee. Waarom dat was? Ik had geen idee. Wat wist ik van het leven?”

Geen kinderen

Ze verhuisden regelmatig, van Amsterdam onder meer naar Friesland en uiteindelijk naar Den Haag. Ineke ‘leefde haar leven’, zegt ze nu. “Ik had werk, een leuk huis en een lieve hond.” Geen kinderen. Die hadden ze allebei wel graag willen hebben, maar na een miskraam zijn ze niet meer gekomen. “Dat was een verdriet in ons leven.”

Een lange avond

Ja, wat wist ze van het leven? “Te weinig”, vindt ze nu. En ze was al helemaal niet voorbereid op wat haar man haar op een avond uiteindelijk vertelde. “We hadden een vriend op bezoek en de mannen maakten er een lange avond van. Er werd veel gepraat; dat was bijzonder, omdat ik mijn man niet kende als iemand die praatte. Ik was nieuwsgierig en vroeg waarover ze het gehad hadden. Hij brak in tranen uit en zei dat zijn vriend hem had gemaand om mij nu eindelijk te vertellen waarom hij zich gedroeg zoals hij deed. Waar die buien vandaan kwamen, waarom hij ’s avonds weg ging, waarom hij zo gesloten was.”

Zwijgen lukte niet meer

Die nacht vertelde hij Ineke dat hij homoseksueel was. Altijd geweest, en hij had het ook altijd geweten. Maar omdat zijn moeder had gezegd dat het wel over zou gaan als hij trouwde, en omdat het niet de tijd was waarin je praatte over jezelf en al helemaal niet over je seksuele geaardheid, was hij een leven met Ineke begonnen. Het was niet ‘over’ gegaan, en na vijftien jaar huwelijk werd het hem te machtig. Zwijgen lukte niet meer. “Hiermee werden mij veel dingen duidelijk: het vreemde wat ik altijd gevoeld had, zijn uitbarstingen van boosheid … Buien die ik nu verklaar als innerlijke verscheurdheid. De reden waarom hij er ’s avonds op uitging: om contacten op te doen en seks te hebben. Daarom mocht de hond niet mee.”

Pijn

“Ik was verbijsterd, boos, verdrietig, had pijn. Waarom hadden mijn ouders me niets verteld over deze kanten van het leven? Ik realiseerde me tegelijkertijd hoe moeilijk hij het moet hebben gehad. Dat hij óók pijn had en nu voor een beslissing stond die hij dacht nooit te hoeven nemen.” Wat te doen? Naar de dominee, en praten met een psychiater (hij) en een psycholoog (zij) om te kijken hoe ze verder konden gaan.

Te goed van vertrouwen

Ineke: “Aan die gesprekken heb ik veel gehad. Ik vertelde alles, kon m’n hart luchten. Om niets te vergeten schreef ik in steno de voorvallen en uitspraken op. Waarom in steno? Zo kon híj het niet lezen als hij het vond. Ik werd ook wel geconfronteerd met mijn eigen naïviteit. Ik was te goed van vertrouwen geweest, hij had me vaak beduveld. Ik herinner me bijvoorbeeld dat hij tot twee keer toe heel laat thuis kwam uit Leeuwarden omdat hij een lekke band had gehad. Twee keer een lekke band en door de politie thuis gebracht. Hoe kon ik dat geloven? Maar ik had het zo gelaten.”

Scheiden

De verhouding was zo bekoeld, de sfeer thuis werd zo benauwend, dat Ineke voorstelde te scheiden. En hoewel dat in die tijd niet veel voorkwam en je erop werd aangekeken, ging haar man erin mee. Na een onverkwikkelijk proces werd de scheiding uitgesproken. “De rechter vond me te jong voor alimentatie, ik was begin veertig, ik ‘kon wel gaan werken’. En misschien heeft het werk me wel gered. Werken was mijn middel om te overleven.”

Dierbaar hondje

Ze werkte eerst halve dagen, want ze had haar hondje nog thuis. “Gelukkig had ik mijn hondje! Samen met haar heb ik me door die pijnlijke tijd heen geworsteld. We maakten lange, lange wandelingen en zo vond ik de rust terug. De spanning, die als een knoop in m’n lijf zat, verdween nu ik niet meer alles in het werk hoefde te stellen om geen ruzie te krijgen. Dat was weldadig. En ik hield dus van werken. Na hondjes dood kon ik full time aan de slag. Ik ging niet bij de pakken neerzitten, daar was ik de persoon niet voor. Ook dat heeft me erdoorheen geholpen.”

Nog één ontmoeting

Ineke heeft haar ex-man daarna jaren niet meer gezien. Tot hij een keer opbelde omdat hij haar graag nog eens wilde ontmoeten, zijn excuses nog wilde aanbieden.” Ik heb hem opgezocht en schrok van wie hij geworden was. Alleen, in een ongezellige flat, met heimwee naar ons gezamenlijke leven. Hij is er nooit voor uitgekomen dat hij was zoals hij was, heeft nooit een volwassen leven geleid als homoseksuele man. Altijd bleef het ‘achter de gordijnen’. Dat vind ik wel tragisch. Je altijd anders voordoen dan je bent. Ik dacht terug aan de charmante man die hij was voor onze vrienden. Die zich ook voor mijn familie mooi voordeed. Ik dacht aan vrienden die tegen me zeiden: ‘wat heb je toch geboft Ineke, met zo’n man’. Maar nu, na al die jaren zag ik hem nog steeds achter die gordijnen staan.”

Niet meer op zoek gegaan

Zelf staat ze er goed voor, vindt ze. “Ik heb het geluk dat ik het goed met mezelf kan vinden, ik heb geen grote vriendenkring of een druk sociaal leven nodig. Het is rustig, er zijn geen problemen, ik doe wat ik wil.” Met andere woorden: ze heeft het zelf opgelost. Ze vond steun in haar geloof. En ze had twee heel goede vrienden, één in Den Haag en één in Leeuwarden met wie ze kon praten en op stap ging. Naar een andere man is ze nooit meer op zoek gegaan. “Ik moest er niet aan denken.”

icon-pdfDownload de PDF